Wat is cyberschaamte?

Van schaamte na online oplichting naar een bredere vraag over cyberweerbaarheid.

Signaleren · Leren · Versterken

Tom de Haan spreekt over cyberschaamte tijdens een lezing

In het kort

Wat is het?

Cyberschaamte is het mechanisme waarbij angst, onzekerheid of reputatiezorgen ervoor zorgen dat cyberrelevante informatie niet wordt gemeld of gedeeld.

Het misverstand

De mens is geen firewall die foutloos moet zijn, maar een sensor die moet durven signaleren wanneer techniek faalt.

Het doel

Fouten, twijfel en incidenten op alle niveaus, van medewerker tot bestuurskamer en keten, omzetten in signaleren, leren en versterken.

Van individuele schaamte naar een bredere vraag

De term cyberschaamte wordt onder meer gebruikt voor de schaamte die iemand kan ervaren nadat hij of zij slachtoffer is geworden van online oplichting. Veilig Internetten omschrijft het bijvoorbeeld als:

“We spreken van cyberschaamte als je je schaamt dat je slachtoffer bent geworden van online oplichting.”
Bron: Veilig Internetten (veiliginternetten.nl)

Hoewel 'cyberschaamte' in 2022 werd verkozen tot Cybersecuritywoord van het Jaar rondom online oplichting van consumenten, pioniert Tom de Haan met de toepassing ervan binnen organisaties. Hij transformeert het begrip van individueel taboe naar een strategisch vraagstuk over veiligheidscultuur, openheid en digitale weerbaarheid op de werkvloer. Deze verkiezing werd gepubliceerd via Nederland Digitaal.

Die betekenis is belangrijk. Slachtoffers van phishing, fraude of andere vormen van cybercriminaliteit kunnen zich schamen omdat zij het gevoel hebben dat zij beter hadden moeten weten. Maar in de praktijk speelt hetzelfde mechanisme breder. Niet alleen slachtoffers kunnen informatie voor zich houden uit schaamte of onzekerheid. Ook medewerkers, professionals, managers, bestuurders en complete organisaties kunnen terughoudend worden om fouten, twijfel, incidenten of kwetsbaarheden zichtbaar te maken.

Binnen Cyberschaamte gebruik ik het begrip daarom in een bredere betekenis:

Cyberschaamte ontstaat wanneer schaamte, onzekerheid, angst voor gezichtsverlies of reputatiezorgen ervoor zorgen dat cyberrelevante informatie niet wordt gemeld, besproken of gedeeld.

Werkdefinitie van Tom de Haan, Cyberschaamte.nl

Daarmee verschuift cyberschaamte van uitsluitend een individueel gevoel na slachtofferschap naar een bredere vraag: wat gebeurt er met onze digitale weerbaarheid wanneer cruciale informatie onzichtbaar blijft? Het antwoord draait om drie bewegingen: signaleren, leren en versterken.

Cyberrisico groeit wanneer signalen verdwijnen

Medewerker

Klikt op een verkeerde link en durft het niet te melden.

Slachtoffer

Vertelt uit schaamte niet wat er is gebeurd na online fraude.

Professional

Ziet iets afwijkends, maar twijfelt of het belangrijk genoeg is.

Manager

Stelt een technische vraag niet, om niet onkundig over te komen.

Bestuurder

Vraagt onvoldoende door omdat onzekerheid tonen ongemakkelijk voelt.

Organisatie

Houdt lessen na een incident binnenshuis uit angst voor reputatieschade.

De situaties verschillen, maar het onderliggende mechanisme is vergelijkbaar: informatie die nodig is om schade te beperken of weerbaarder te worden, blijft onzichtbaar. Daarom gaat cyberschaamte niet alleen over schaamte ná een cyberincident. Het gaat ook over de sociale en organisatorische drempels die voorkomen dat signalen tijdig zichtbaar worden.

Techniek hoort te beschermen. Mensen helpen signaleren.

De gedachte dat medewerkers een menselijke firewall moeten vormen, is achterhaald. Mensen zullen fouten blijven maken. Ze klikken soms op een verkeerde link, interpreteren een situatie verkeerd, kiezen een verkeerd bestand of herkennen een aanval niet direct. Een volwassen beveiligingsstrategie houdt daar rekening mee.

Techniek en processen horen daarom het zware werk te doen en menselijke fouten zoveel mogelijk op te vangen. Denk aan sterke toegangsbeveiliging, veilige standaardinstellingen, segmentatie, detectie, herstelmogelijkheden en processen die voorkomen dat één menselijke fout direct tot grote schade leidt. Maar geen enkele verdedigingslinie is volledig waterdicht. Als er toch iets doorheen glipt, zijn mensen onmisbaar. Niet als laatste firewall, maar als sensor.

“Techniek hoort te beschermen. Mensen helpen signaleren.”

Een medewerker die iets vreemds ziet.

Een beheerder die afwijkend gedrag constateert.

Een manager die twijfelt of iets klopt.

Een bestuurder die merkt dat een risico nog onvoldoende duidelijk is.

Een leverancier die een kwetsbaarheid ontdekt.

Juist die signalen kunnen ervoor zorgen dat een incident sneller wordt ontdekt en dat zwakke plekken in techniek, processen of besluitvorming worden verbeterd. Maar dan moeten die signalen wel zichtbaar worden.

Waar kan cyberschaamte ontstaan?

Cyberschaamte kan op meerdere niveaus ontstaan. Van slachtoffer tot medewerker. Van professional tot bestuurskamer. En zelfs tussen organisaties.

Niveau 1

Bij slachtoffers van online criminaliteit

De meest bekende betekenis van cyberschaamte ontstaat na online slachtofferschap. Iemand wordt opgelicht, geeft gegevens door, klikt op een frauduleuze link of maakt geld over en denkt daarna: “Hoe heb ik hier in kunnen trappen?” Die gedachte kan leiden tot schaamte. En schaamte kan leiden tot stilte.

Een slachtoffer vertelt het niet aan familie, meldt het incident niet bij de organisatie, zoekt geen hulp of doet geen aangifte omdat het gevoel overheerst dat hij of zij zelf verantwoordelijk is. Dat is problematisch. Niet alleen omdat slachtoffers daardoor met de gevolgen kunnen blijven rondlopen, maar ook omdat waardevolle signalen over nieuwe vormen van fraude verloren kunnen gaan.

“Slachtofferschap is geen bewijs van domheid.”

Cybercriminelen investeren juist in overtuigende manipulatie, tijdsdruk, geloofwaardigheid en misleiding. De relevante vraag is daarom niet alleen: “Waarom trapte iemand erin?” Maar ook: “Hoe maken we het zo eenvoudig mogelijk om te melden wat er is gebeurd?”

Niveau 2

Bij medewerkers

Dezelfde dynamiek kan binnen organisaties ontstaan. Een medewerker maakt een fout of ziet iets verdachts, maar durft dit niet direct te melden. Niet uit onwil, maar bijvoorbeeld uit angst voor schuld of verwijten, reputatieschade, consequenties voor de eigen functie, de reactie van een leidinggevende, of simpelweg de gedachte: “Dit had ik toch moeten weten.”

Een technisch beheersbaar incident kan daardoor onnodig groot worden. De belangrijkste vraag na een verkeerde klik is niet “Wie heeft dit gedaan?”, maar “Hoe zorgen we ervoor dat we dit zo snel mogelijk weten?” Een vroege melding kan het verschil maken tussen een klein incident en een grote verstoring. Melden is daarom niet alleen het rapporteren van een fout. Het is een veiligheidssignaal.

Niveau 3

Wanneer professionals geen vragen durven stellen

Cyberschaamte gaat niet alleen over fouten. Ook niet durven vragen kan een cyberrisico worden. Cybersecurity is een vakgebied vol complexe begrippen, technische nuances en afkortingen. Niet iedereen kan of hoeft alles daarvan te begrijpen. Toch kan binnen organisaties de verwachting ontstaan dat bepaalde kennis vanzelfsprekend zou moeten zijn.

Daardoor worden vragen soms niet gesteld. Een manager knikt terwijl niet volledig duidelijk is wat een risico werkelijk betekent. Een projectleider begrijpt niet precies waarom een securitymaatregel noodzakelijk is, maar wil het gesprek niet vertragen. Een senior professional vraagt geen verduidelijking omdat hij of zij niet onkundig wil overkomen. Een vraag die niet wordt gesteld, kan uiteindelijk een risico zijn dat niet goed wordt begrepen. Onuitgesproken onzekerheid kan zo veranderen in organisatorische schijnzekerheid.

Niveau 4

Cyberschaamte in de bestuurskamer

Bestuurders hoeven geen cybersecurityspecialisten te zijn. Hun verantwoordelijkheid ligt ergens anders: risico's begrijpen, aannames bevragen, verschillende belangen afwegen en uiteindelijk besluiten nemen over welke risico's de organisatie wel en niet accepteert. Daarvoor hoeven zij niet ieder technisch detail te kennen. Maar zij moeten wel kunnen aangeven waar hun begrip ophoudt.

Juist daar ontstaat een kwetsbaar spanningsveld. Want in een omgeving waarin leiderschap, deskundigheid en besluitvaardigheid worden verwacht, kan het lastig zijn om te zeggen: “Ik begrijp dit nog niet.” “Kun je dit nog eens uitleggen?” “Waar baseren we deze aanname eigenlijk op?” “Wat weten we op dit moment nog niet?” Of: “Ik weet niet of ik op basis van deze informatie al een verantwoord besluit kan nemen.”

Het probleem is niet dat een bestuurder niet ieder technisch detail kent. Het risico ontstaat wanneer kennis, twijfel of onzekerheid niet zichtbaar wordt gemaakt. Dan kan schijnzekerheid ontstaan. Een complex cyberrisico wordt teruggebracht tot een rode, oranje of groene indicator. Een dashboard suggereert controle, terwijl belangrijke aannames niet worden besproken. Een investering wordt goedgekeurd zonder dat duidelijk is welk risico daadwerkelijk wordt verminderd. Of een besluit wordt uitgesteld omdat niemand expliciet maakt welke onzekerheden nog bestaan.

Binnen het bredere Cyberschaamte-concept kunt u dit zien als bestuurlijke cyberschaamte. Niet omdat een bestuurder zich letterlijk hoeft te schamen, maar omdat status, sociale druk of angst om incompetent over te komen ertoe kunnen leiden dat relevante twijfel onuitgesproken blijft. Een cyberweerbare bestuurskamer vraagt daarom niet om bestuurders die alles weten. Zij vraagt om bestuurders die de juiste vragen durven stellen.

  • Welke aannames zitten achter deze risico-inschatting?
  • Wat gebeurt er als deze maatregel faalt?
  • Welk restrisico accepteren we?
  • Welke afhankelijkheden hebben we van leveranciers?
  • Wat weten we nog niet?
  • Hoe snel ontdekken we het als onze verdediging wordt doorbroken?
  • Kunnen we herstellen als dit scenario morgen werkelijkheid wordt?

Juist die vragen maken cybersecurity bestuurbaar. Cyberrisico wordt immers vrijwel nooit beheerst vanuit volledige zekerheid. Goed bestuur betekent daarom niet onzekerheid elimineren. Het betekent: onzekerheid zichtbaar maken, expliciet bespreken en er bewust over besluiten.

“Twijfel uitspreken is geen teken van zwak leiderschap. Onuitgesproken twijfel is een bestuurlijk risico.”

Niveau 5

Cyberschaamte tussen organisaties

Cyberschaamte stopt niet bij de voordeur van een organisatie. Ook organisaties kunnen terughoudend zijn om over cyberincidenten, kwetsbaarheden en geleerde lessen te praten. Dat is begrijpelijk. Een incident kan leiden tot reputatieschade, juridische vraagstukken, media-aandacht, commerciële belangen en onzekerheid over aansprakelijkheid. De reflex kan daardoor ontstaan om vooral naar binnen gericht te handelen: incident oplossen, communicatie beheersen en daarna zo snel mogelijk verder.

Maar wanneer iedere organisatie haar lessen uitsluitend voor zichzelf houdt, moet iedere volgende organisatie dezelfde les opnieuw leren. Daarmee wordt cyberschaamte een ketenrisico. Cybercriminelen beperken zich immers niet tot één organisatie. Dezelfde kwetsbaarheid, aanvalstechniek of werkwijze kan achtereenvolgens meerdere organisaties treffen. Wanneer waardevolle kennis niet verder komt dan de eigen organisatiegrens, blijft de rest van de keten kwetsbaar.

Dat betekent nadrukkelijk niet dat ieder incident volledig openbaar moet worden gemaakt. Vertrouwelijkheid, privacy, onderzoek en juridische verplichtingen kunnen goede redenen zijn om informatie beperkt te delen. De relevante vraag is daarom niet “Moeten we alles openbaar maken?”, maar “Welke lessen kunnen we verantwoord delen zodat anderen niet dezelfde fout hoeven te maken?”

Cockpit van een verkeersvliegtuig bij schemering

Wat cybersecurity kan leren van de luchtvaart

Luchtvaartveiligheid is niet gebaseerd op de veronderstelling dat piloten, technici of verkeersleiders nooit fouten maken. Dat zou onrealistisch zijn. Veiligheid wordt opgebouwd uit meerdere lagen: techniek, procedures, training, controles, redundantie en continue verbetering. Het systeem is zoveel mogelijk ingericht om menselijke fouten te voorkomen, te detecteren en op te vangen.

Tegelijkertijd zijn meldingen van afwijkingen, incidenten en bijna-incidenten van grote waarde. Want iedere gebeurtenis kan informatie bevatten waarmee het systeem veiliger kan worden gemaakt. De relevante vraag is daardoor niet uitsluitend “Wie maakte de fout?”, maar vooral: “Waarom kon deze fout plaatsvinden en wat kunnen we veranderen zodat dezelfde situatie niet opnieuw tot schade leidt?”

Deze denkwijze komt uit de luchtvaartveiligheid, waar melden van afwijkingen en bijna-incidenten een vast onderdeel van het veiligheidssysteem is.

Die manier van denken is ook relevant voor cybersecurity. Wanneer een medewerker op phishing klikt, kunt u vragen waarom deze medewerker klikte. Maar een volwassen organisatie stelt meer vragen:

Waarom bereikte deze phishingmail de medewerker?
Waarom was de aanval overtuigend?
Welke technische maatregel had de impact kunnen beperken?
Waarom werd de aanval wel of niet gedetecteerd?
Hoeveel rechten had het getroffen account?
Durfde de medewerker direct te melden?
Hoe reageerde de organisatie op die melding?
Welke technische of organisatorische verbetering volgde daarna?

Daarmee verschuift de aandacht van individuele schuld naar systemisch leren. Niet alleen: wie maakte de fout? Maar vooral: wat vertelt deze gebeurtenis ons over het systeem?

Niet de menselijke fout, maar het onzichtbaar blijven ervan vergroot het risico

Menselijke fouten zijn niet volledig uit organisaties te verwijderen. Daarom is het riskant wanneer cybersecurityprogramma's vooral proberen medewerkers foutloos te maken. Awareness blijft belangrijk. Mensen moeten dreigingen herkennen, veilig kunnen handelen en weten wat van hen wordt verwacht. Maar awareness alleen is geen verdedigingsstrategie.

Een volwassen cyberweerbaarheidsmodel bestaat uit meerdere verdedigingslagen:

voorkomen
opvangen
detecteren
signaleren
herstellen
leren
versterken

Niet

“Jij bent onze laatste verdedigingslinie.”

Maar

“Onze beveiliging moet u beschermen, en wanneer u iets ziet, hebben wij uw signaal nodig.”

Dat is een fundamenteel andere benadering. De organisatie legt de verantwoordelijkheid voor veiligheid niet bij één individuele medewerker, maar bouwt een systeem waarin techniek, processen en mensen elkaar versterken.

Van blame culture naar just culture

Cyberschaamte kan alleen worden verminderd wanneer mensen vertrouwen hebben in wat er ná een melding gebeurt. Wanneer iedere fout automatisch leidt tot verwijten, publieke afrekening of disproportionele consequenties, leren mensen snel welk gedrag voor hen het veiligst voelt: zwijgen.

Daarom is een just culture belangrijk. Dat betekent niet dat alles zonder consequenties blijft. Er bestaat een belangrijk verschil tussen:

Het begrip just culture komt uit de luchtvaart- en zorgveiligheid en wordt hier toegepast op cybersecurity.

1

een begrijpelijke menselijke fout

2

een onduidelijk of slecht ontworpen proces

3

risicovol gedrag

4

bewuste roekeloosheid

5

opzettelijk misbruik

Een volwassen organisatie maakt dat onderscheid. Het doel is niet om verantwoordelijkheid uit te wissen. Het doel is om te voorkomen dat angst voor verantwoordelijkheid het leren onmogelijk maakt. Want wanneer iedere melding begint met de zoektocht naar een schuldige, verdwijnen uiteindelijk juist de signalen die nodig zijn om een organisatie veiliger te maken.

Het Cyberschaamte-model

Het bredere Cyberschaamte-concept draait om drie opeenvolgende bewegingen: signaleren, leren en versterken. Deze beweging begint bij een individu, maar eindigt niet bij een individu. Het gaat uiteindelijk om het leervermogen van de hele organisatie en de weerbaarheid van de keten.

Beweging 1

Signaleren

Weerbaarheid begint met zichtbaarheid. Een fout, afwijking, twijfel, incident of kwetsbaarheid die niet zichtbaar wordt, kan ook niet worden onderzocht. Signaleren betekent dat slachtoffers, medewerkers, professionals, managers en bestuurders ruimte ervaren om vroegtijdig iets zichtbaar te maken, ook wanneer zij nog niet precies weten wat er aan de hand is. Ook twijfel is informatie.

Beweging 2

Leren

Een signaal heeft weinig waarde wanneer een organisatie alleen registreert dát er iets is gebeurd. De volgende stap is begrijpen waarom het kon gebeuren. Welke maatregel werkte en welke niet? Welke aannames bleken onjuist? Was het proces duidelijk? Kon het incident eerder worden gedetecteerd? Welke informatie ontbrak bij de besluitvorming?

Beweging 3

Versterken

Leren heeft pas waarde wanneer inzichten leiden tot verandering. Technisch: betere detectie, aanvullende maatregelen, strengere toegangsbeveiliging, segmentatie, andere configuraties, betere herstelmogelijkheden. Organisatorisch: een eenvoudiger meldproces, duidelijkere verantwoordelijkheden, betere besluitvorming, effectievere awareness en ander leiderschapsgedrag.

Een slachtoffer moet kunnen zeggen

Dit is mij overkomen.

Een medewerker moet kunnen zeggen

Ik heb misschien iets verkeerd gedaan.

Een professional moet kunnen zeggen

Ik vertrouw deze situatie niet.

Een manager moet kunnen zeggen

Ik begrijp dit risico nog niet helemaal.

Een bestuurder moet kunnen zeggen

Welke onzekerheid zit nog in deze analyse?

Waar mogelijk stopt versterken niet bij de eigen organisatiegrens. Relevante lessen kunnen ook leveranciers, ketenpartners en sectorgenoten helpen voorkomen dat dezelfde kwetsbaarheid of aanval opnieuw succesvol is. Versterken betekent leren omzetten in aantoonbaar betere weerbaarheid.

Van slachtoffer tot keten

Cyberschaamte speelt op verschillende niveaus tegelijk.

  1. Slachtoffer

    Durf ik te vertellen wat mij is overkomen?

  2. Medewerker

    Durf ik te signaleren dat ik mogelijk een fout heb gemaakt?

  3. Professional

    Durf ik twijfel of een afwijkend signaal bespreekbaar te maken?

  4. Management

    Durven we vragen te stellen wanneer we iets niet begrijpen?

  5. Bestuur

    Durven we onzekerheid, aannames en restrisico expliciet te maken?

  6. Organisatie

    Vertalen we incidenten daadwerkelijk naar verbetering van techniek, processen en gedrag?

  7. Keten

    Kunnen we relevante lessen delen zodat anderen niet dezelfde fout hoeven te maken?

Daarmee ontstaat één doorlopende beweging: signaleren, leren, versterken. Van slachtoffer tot bestuurskamer. Van incident tot verbetering. Van organisatie tot keten.

Cyberschaamte is geen vervanging voor cybersecurity

Cyberschaamte doorbreken is geen wondermiddel. Een open meldcultuur voorkomt geen phishingmail. Psychologische veiligheid vervangt geen MFA. Een goed gesprek repareert geen kwetsbare software. En een organisatie waarin iedereen alles durft te melden is nog steeds kwetsbaar wanneer de technische beveiliging niet op orde is. Digitale weerbaarheid vraagt daarom om samenhang.

Techniek

Moet fouten zoveel mogelijk voorkomen en opvangen.

Processen

Moeten duidelijkheid en handelingsperspectief bieden.

Gedrag

Mensen moeten relevante signalen zichtbaar kunnen maken.

Leiderschap

Leiders moeten een omgeving creëren waarin fouten, vragen en twijfel professioneel worden behandeld.

Organisaties moeten lessen daadwerkelijk omzetten in verbetering. En waar mogelijk moeten relevante inzichten verder worden gebracht dan de eigen organisatiegrens. Cyberschaamte is daarmee geen alternatief voor technische beveiliging. Het is een factor die bepaalt hoe snel relevante signalen zichtbaar worden en hoe goed mensen en organisaties vervolgens in staat zijn daarvan te leren.

Van cyberschaamte naar cyberweerbaarheid

De oorspronkelijke betekenis van cyberschaamte raakt iets fundamenteels: schaamte kan ervoor zorgen dat iemand niet vertelt wat er is gebeurd. Binnen cybersecurity zien we dat mechanisme op veel meer plekken terug. Bij slachtoffers. Bij medewerkers. Bij experts en managers. In de bestuurskamer. En tussen organisaties.

Daarom stel ik binnen Cyberschaamte een bredere vraag: wat gebeurt er met informatie die cruciaal is voor onze veiligheid, maar die iemand niet durft uit te spreken? Wanneer fouten, twijfel, slachtofferschap en incidenten verborgen blijven, blijven risico's eveneens verborgen. Wanneer signalen zichtbaar worden, organisaties ervan leren en die lessen omzetten in concrete verbetering, ontstaat weerbaarheid.

Signaleren

Maak slachtofferschap, fouten, twijfel, afwijkingen en incidenten zichtbaar.

Leren

Onderzoek wat het signaal vertelt over mensen, techniek, processen en besluitvorming.

Versterken

Zet die lessen om in betere bescherming, binnen de organisatie én waar mogelijk in de keten.

Techniek hoort te beschermen.

Mensen helpen signaleren.

Organisaties moeten leren.

Leiders moeten onzekerheid bespreekbaar maken.

De keten wordt sterker wanneer lessen worden gedeeld.

Cyberschaamte bespreekbaar maken in uw organisatie?

Tom de Haan brengt dit verhaal als lezing of workshop: van signaleren en leren naar aantoonbaar sterkere weerbaarheid.