Dit is datalekmoeheid.
Datalekken volgen elkaar zo snel op dat waarschuwingen hun impact kunnen verliezen. Mensen raken gewend aan berichten over gestolen persoonsgegevens en denken steeds vaker: wat maakt het nog uit?
Niet accepteren. Wel anticiperen.
Datalekken zijn niet normaal en mogen nooit als acceptabel worden beschouwd. Maar voor consumenten zijn ze helaas wel een realiteit geworden waarop we ons moeten voorbereiden.
Datalekmoeheid is het afnemen van urgentie en handelingsbereidheid doordat datalekken zo vaak voorkomen dat ze normaal beginnen te voelen.
Wie datalekmoe is, leest een melding over een datalek met persoonsgegevens en onderneemt geen actie meer. Internationaal wordt hetzelfde mechanisme beschreven als breach fatigue en privacy fatigue.
Het risico van datalekmoeheid zit niet alleen in wat er gelekt is, maar vooral in wat mensen daarna níét meer doen.
Weerbaarheid van consumenten is nooit een excuus voor slechte beveiliging door organisaties.
Als uw gegevens mogelijk op straat liggen, wat dan? Deze punten helpen juist in de periode ná een mogelijk datalek.
Assume breach betekent niet: het maakt toch niet meer uit.
Het betekent: wees voorbereid als het gebeurt.
“Ik durf het niet te zeggen.”
Niet handelen door
Gevolg
niet of te laat melden
“Het maakt toch niets meer uit.”
Niet handelen door
Gevolg
niet of te laat handelen
Andere oorzaak. Hetzelfde risico: te laat handelen.
Datalekmoeheid is daarmee geen los onderwerp, maar onderdeel van het bredere gedachtegoed rond cyberschaamte en digitale weerbaarheid.
“Mijn data ligt toch al op straat.”
“Alweer een datalek.”
“Ze weten toch alles al van mij.”
“Wat heeft een nieuw wachtwoord nog voor zin?”
“Er gebeurt toch niets mee.”
In mijn lezingen over cyberschaamte laat ik zien waarom awareness alleen niet genoeg is. Schaamte kan ervoor zorgen dat mensen niet melden. Datalekmoeheid kan ervoor zorgen dat mensen niet meer handelen. Beide verminderen de digitale weerbaarheid van organisaties en hun medewerkers.